2x moeder in een jaar (en een paar maanden)

Het leven met twee kleintjes, die qua leeftijd zo weinig van elkaar verschillen, is topsport. Aaf Brandt Corstius beaamt dit in haar boekje ‘Het jaar dat ik (2x) moeder werd’. Heerlijk luchtige laidback-lectuur, waarbij ik hardop moest lachen om herkenbare taferelen. Met spaghetti in het haar de baby de fles geven terwijl de dreumes om “toet” gilt. Make-up-loos door het leven gaan, vergeten jurkjes en pumps die ergens achterin de kast stofhappen. Een militaire operatie die plaatsvindt alvorens ik met kroost de deur uit kan. Een bezoek aan de Kruidvat is hét uitje van de dag en probeer hier maar eens door de gangpaden te manoeuvreren met dubbele kinderwagen. Lukrake kenmerken van mijn recente leefstijl.

Die topsport krijgt bij ons een extra sausje van medisch gedoe en een onzekere toekomst. Als kers op de taart komt daar nu het huilen-huilen-huilen van een prednison-baby bij (lees hier terug over de Syndroom van West-diagnose van Felix en bijbehorend strijdplan met medicatie om de epilepsie te onderdrukken). Felix is zichzelf niet meer. 180-graden is hij veranderd, van lachend knuffelbeertje in brompot die al brult zodra je naar hem wijst. En slapen, ho maar. Meest zielig voor het mannetje zelf, maar heel eerlijk: de onrust is ook voor ons een zware kluif.

Rijstvelden

De eerste week van de prednisolonkuur pakken we moedig de draagzak erbij. “Ik geef hem graag alle veiligheid en geborgenheid die hij nodig heeft”, zeg ik nog stoer tegen de verpleegkundige. Hele dagen sjokken we over de afdeling met een bijna 10 kilo wegend hoopje ellende tegen ons aan. 

Met Zus (waar medisch gezien niets mee aan de hand was) heb ik zo de eerste vier maanden gesjouwd. Want zij vertikte het om overdag in haar wieg te slapen. Om de wanhoop van een vleugje humor te voorzien, introduceerde ik de uitspraak: “Ik loop weer op de rijstvelden”. Iemand vertelde mij namelijk dat moeders in Aziatische landen hun kind hele dagen in een doek dragen. Dus de aanname dat een baby in zijn wieg hoort te slapen, is slechts cultureel bepaald.

De draagzak: onmisbaar als je je baby moet troosten en tegelijkertijd vissticks bakt voor je hongerige dreumes.

Alles is een fase 

Na een paar weken bereiken de nare bijwerkingen een dieptepunt. Dag en nacht hangt Felix tegen ons aan, de enige houding waarin hij eventueel een hazenslaapje doet. Op de dagen dat Zus zich vermaakt op de crèche flans ik vanaf de bank een blog in elkaar. Maar nu eist het slaapgebrek zijn tol. Het vele gehuil maakt dat ik tot aan het plafond zit. Ik moet lucht happen. Ik wil door de voordeur naar buiten rennen. Moet zelfs een neiging onderdrukken om het servies kapot smijten. Zo voelen ouders met een huilbaby zich dus.

Gelukkig is daar Jip, de goedheiligman van het gezin (we zijn al in sint-sferen) met zijn oeverloze geduld. Zo goed en zo kwaad als het gaat, wisselen we elkaar ’s nachts af en onze moeders springen bij waar mogelijk. Voor en door Zus houden we het dagelijks leven een beetje vrolijk.

De zegen van een tweede kind is dat je aan den lijve hebt ondervonden dat alles een fase is. Ook deze medicatie-misère is van tijdelijke aard. Want zodra de prednisolon is afgebouwd, krijgen we de oude Felix terug, heeft de neuroloog ons beloofd. Aan die garantie houd ik me vast. Doorbijten! 

Na een boel mopperen ligt Felix eindelijk zoet te knorren. Terwijl moeders een serie kijkt.