Vier hectische dagen ziekenhuis werden gevolgd door vier rustige dagen thuis. Het oefenen met aandacht verdelen kon beginnen. Wij overlaadden Zus met knuffels en zij op haar beurt overlaadde haar kersverse broertje met kusjes.

Nog te klein was ze om het concept ‘broertje’ te begrijpen, toch zat het gelijk helemaal goed. De kraamverzorgster leerde ons hoe je ook alweer een luier om piepkleine billen verschoont. Die traumatische bevalling zou ik heus nog wel eens verwerken. We aten dagelijks beschuit met muisjes, bezoek kregen we nauwelijks. 

Als ik aan deze dagen terugdenk, krijg ik een brok in mijn keel. Want wisten wij veel hoe genadeloos deze cocon uiteen zou spatten. Op dag 9. De hele kraamweek dronk en groeide Felix perfect. Maar deze zondag dronk hij na 11.00 uur geen druppel meer. Hij huilde en piepte, kreunde en steunde, ademde oppervlakkig. Gek genoeg had hij geen koorts. De verloskundige stuurde ons uiteindelijk ’s avonds door naar het ziekenhuis. Op de spoedeisende hulp stonden direct zes witte jassen om ons heen. “Goed dat jullie hierheen zijn gekomen”, aldus de kinderarts met zorgelijke blik. Zodra een arts bezorgd kijkt, schiet mijn hart naar mijn keel. 

Antibiotica uit voorzorg. Ruggenprik voor hersenvocht. Ontlasting op kweek. In trance, met ingehouden adem, staarde ik voor me uit. Ademstops. Intubatie misschien nodig. Kinder-intensive-care in het Radboud UMC. Het duizelde mij. In het holst van de nacht met gierende banden naar Nijmegen.