Gelukkig zijn ze daar weer: lichtpuntjes om aan vast te houden. De medicatie onderdrukt de epileptische convulsies, je ziet er volgens ons iets gezonder uit en je bent en blijft stabiel. 

We leven dag vier op de kinder-IC en het moment van de waarheid breekt aan: ze gaan een MRI-scan maken.Er ligt een steen op onze maag, zeg maar gerust een rotsblok. De grote overtrek: je wordt met al je IC-toeters en bellen naar de afdeling radiologie gereden, in hoog tempo, terwijl de verpleegkundige de beademing handmatig in stand houdt. Bloednerveus maar enigszins doelloos sjokken we mee voor een laatste spreekwoordelijke knuffel voor je de scan ingaat. De blikken van de grote boze buitenwereld, op de gang van het ziekenhuis, ontwijk ik. 

Het resultaat is een indrukwekkend plaatje waaruit blijkt dat het virus goed zijn best heeft gedaan. De schade is alom aanwezig, maar dit hoeft nog niets te betekenen, aldus de neuroloog. Het kinderbrein is immers flexibel. Tja, wat moet je met deze info? Ik smeek haast om het beestje bij de naam te noemen. Aan wat voor toekomstbeeld moet ik denken? Beetje moeilijk lopen? Rolstoel? Leerachterstand? Ernstige meervoudige handicap? Autisme? Gedragsproblematiek? Niet tot moeilijk praten? Het antwoord blijft eerlijk maar onbevredigend: “Het kan alle kanten op. We hebben geen glazen bol. De toekomst zal het leren.” 

Je hebt van die Happinez-lezende mensen met harembroek die altijd zo lekker in het moment zijn. Wat mij verbaast, is dat de mensen in witte jassen ook in het “hier en nu” leven. Hun boodschap aan ons: kijk naar wat Felix nu laat zien en geniet van dat moment. Dat is het allerbelangrijkste, daar kan geen medische specialisatie tegenop.