Een tikkie gespannen staan we in de hal van de toekomstige “school” van Felix. Vandaag krijgen we een rondleiding bij het orthopedagogisch kindcentrum, zoals het zo mooi heet. Verheugd ben ik over het idealisme achter deze locatie waar ook een gewone basisschool en kinderdagverblijf zijn gevestigd. Hier is het normaal om op te groeien tussen kindjes met een beperking. 

De locatiemanager heet ons welkom en begeleidt ons door de klapdeuren. Ik aanschouw gangen vol met hulpmiddelen en kinderen, jong en oud, met handicaps in alle soorten en maten. Heel cliché van mij volgt er een traan. Ik wil het zo graag normaal vinden. Elk kind is gelijkwaardig en even knap, stoer en lief. Wat maakt een hulpmiddel meer of minder nou uit?! Maar toch… diep van binnen is dit niet wat je wilt. 

Ik slik een paar keer verontschuldigend, waarop de locatiemanager mij geruststelt: “Dit zien we vaak bij ouders die hier voor het eerst komen.” Daarna gaan er letterlijk en figuurlijk deuren voor ons open. Een snoezelruimte. Een binnenzwembad. Engelen van begeleidsters. Muziekles, samen met de kinderen van de basisschool. Alle disciplines – fysio, ergo, logo, etc. – die er rondlopen. En bovenal: aandacht en rust. Ik kan mijn ogen en oren niet geloven. Felix kan hier deze zomer nog terecht. 

Eerste “schooldag”

Een paar maanden later is het zover. Dag 1, Felix op zijn nieuwe school. Zus vergezelt ons bij het wegbrengen en is jaloers op de ballenbak die ze in één van de ruimtes spot. Gedurende de dag krijgen we foto’s geappt van een schaterlachend mannetje. Hij heeft de begeleidsters direct ingepakt. Bij het ophalen kan ik opnieuw mijn tranen niet bedwingen. Ik tref hem aan in de snoezelkamer, waar hij uitgeteld  op een warmwaterbed ligt, heel lief hand in hand met een ouder gehandicapt meisje dat net zo afwezig voor zich uit staart. 

Al met al zijn we zo dankbaar voor deze plek op slechts 15 minuten fietsen van ons huis. Twee dagen per week geven we de zorg vol vertrouwen uit handen. En mijn onwennige gevoel bij de rolstoelen, de busjes en de kinderen die ‘anders’ zijn? Dat maakt steeds meer plaats voor de positieve vibe die ik voel bij de warmte en professionaliteit van de mensen in dit gebouw en het vrolijke snoetje dat ik er ophaal.