Wat ben ik trots op kleine Felix dat hij de strijd tot dusver zo dapper heeft overwonnen. Oh nee, pardon, zo bedoel ik het niet. Want deze woorden raken steeds meer in de taboesfeer. ‘Trots’ impliceert dat hij een prestatie levert die ik mij als ouder kan toe-eigenen. Wat als hij minder goed uit de strijd was gekomen? Had ik me dan het tegenovergestelde van trots gevoeld? Met andere woorden: had ik me dan geschaamd? Integendeel. 

Zijn wij sterk? We doen zomaar iets!

Ook ‘strijden, ‘vechten’ en ‘overwinnen’ mogen niet meer, in de context van ziekzijn. Er valt weinig te winnen of verliezen; het lichaam doet wat het kan. Alsof je er zelf invloed op of zelfs schuld aan hebt dat iets je overkomt. Zijn kindjes die het niet redden dan ‘losers’? Eerder is het een kwestie van geluk of vette pech. 

Ik hoor vaak dat Felix een ‘pechvogel’ is, vanwege dat virus dat hij opliep. Terwijl hij in onze ogen juist veel geluk had. Op de intensive care, en daarvoor al met de bevalling, had het zomaar anders kunnen aflopen. Het is maar net hoe je het bekijkt. 

En dapper…? Dat is net zoiets als wanneer mensen tegen Jip en mij zeggen: ‘Wat zijn jullie sterk!’ Terwijl we zomaar wat doen. We hebben geen keuze. Is dat sterk zijn? 

Hokjesdenken

Mantelzorg, lotgenoten, zorgintensief. Poe, wat een zwaarbeladen woorden. Ik identificeer mezelf hier niet direct mee. Maar soms heb ik ze nodig, om de ernst van de situatie te duiden. Het is nou eenmaal geen kattenpis. Maar liever plaats ik mezelf niet in een buitencategorie van de samenleving. 

Laat staan dat ik ons kind in een hokje wil plaatsen. Nu Felix 1 is, sta ik op de drempel om te zeggen: ‘ons kind heeft een beperking of handicap of… hoe noem je dat eigenlijk?’ En wanneer is iets ‘ernstig’ of ‘meervoudig’? Om er direct aan toe te voegen: ‘hij heeft óók veel kansen en kwaliteiten, hoor.’

‘Meedoen in de samenleving’

Dan is er nog die keurige maar vage uitdrukking ‘meedoen in de samenleving’. Daar hebben vast veel knappe koppen over nagedacht. Wanneer doe je niet mee in een samenleving en heb je dan gefaald?

Ik laat de politiek (in)correcte terminologie achterwege en ga me bezighouden met belangrijkere dingen. Zoals blij en dankbaar zijn. Dat ik de mama ben van zo’n vrolijk, liefdevol baasje – en zijn voortreffelijke zus – die ik dagelijks platknuffel.